ONTHAAL 

Ilse Willems

Woensdag.          van 17.00u tot 18.45u

Zaterdag.            van 13.00u tot 14.45u


 


 

Waarom een hondenschool ?

 

Vele mensen schijnen nog steeds te denken dat de aanschaf van een hond vergelijkbaar is met de aankoop van een huishoudelijk materiaal. Men koopt een hond na enig overleg in de huiskring, in het beste geval bij een ernstige fokker, of wat erger kan zijn bij de eerste de beste hondenhandelaar op de plaatselijke markt.

In vele gevallen wordt de raskeuze gemaakt op basis van zeer onvolledige gegevens. Men vindt dit of dat ras toch zo lief, hoewel men het dikwijls allen van foto’s kent. Men wil een hond die groter of zeldzamer is dan die van de buren. Men heeft reeds lang aan zoontje of dochter een hond beloofd en dat moet er dan toch maar eens van komen (liefst in allerijl vlak voor één of andere verjaardag of feestdag).

De redenen voor aankoop van een hond kunnen dan zeer verschillend zijn het resultaat van ondoordacht handelen is meestal betreurenswaardig. Het is namelijk totaal verkeerd de hond te degraderen tot het niveau van een meubelstuk. Anderzijds moeten we van onze honden ook niet gaan denken dat zij een ietwat verkleinde versie van de mens zijn.

Vooraleer wij ons aan de opvang en de opvoeding van een hond gaan wagen moeten wij enkele basisgegevens duidelijk voor ogen houden:

  • Een hond is van nature uit een sociaal dier, dat wil dus zeggen dat hij zich beter voelt in groep.
  • In de groep waartoe hij behoort, wil hij duidelijk zijn plaats kennen.
  • Hij wil graag het gezag aanvaarden van de groepsleider, in zoverre deze zich ook als leider gedraagt.

Hieruit volgt dat wij in ons optreden tegenover de hond steeds correct en rechtvaardig zullen moeten blijven. Onzeker gedrag kan de hond volledig in verwarring brengen, in zoverre mate zelfs, dat hij het voortbestaan van de groep (roedel) in het gedrang denkt zien te komen, zodat hij dan maar zelf de leiding in handen neemt. Resultaat: de hond gaat zich agressiever opstellen tegenover zijn huisgenoten of, in het uiterste geval, tegenover zijn eigen geleider.

Door al de negatieve informatie tegenwoordig in de media is een hondenschool hedendaags van grote waarde. Het is dan ook één van de grote doelstellingen van de hondenschool K.V. Genebos het vertrouwen tussen geleider en hond op alle mogelijke manieren op te bouwen en te verstevigen en een sociale hond te verkrijgen.

Onze instructeurs zijn allemaal mensen die kunnen putten uit een rijke persoonlijke ervaring met honden zich door voortgezette studie en het volgen van cursussen en lessenreeksen steeds verder bekwamen.

 

 


ENKELE AFSPRAKEN

 

  1. De geleiders trachten tijdig bij het BEGIN van de les op het terrein aanwezig te zijn en de les volledig bij te wonen. Mocht U om één of andere reden te laat zijn of vroeger de les willen verlaten vraag dan steeds toestemming aan de instructeur om de plein te betreden of te verlaten.
  2. Er is geen bezwaar dat meerdere begeleiders de hond opleiden, deze moeten echter wel lid zijn dit om in orde te zijn met de verzekering. Het is echter verboden tijdens de les te veranderen van begeleider.
  3. Elke hond die de plein betreed moet in orde zijn met de voorziene inentingen.
  4. Honden worden niet gebrutaliseerd. Slaan, stampen zijn uit den boze en worden niet getolereerd. De betrokken begeleider zal onmiddellijk van de plein verwijderd worden.
  5. Hondenpoepzakjes zijn verplicht zodat hondenpoep onmiddellijk kan opgeruimd worden. Maak daarom ook gebruik van de honden WC’s VOOR de les, ook hier moet de hondenpoep dadelijk worden opgekuist.
  6. Tijdens de les wordt niet gerookt.
  7. Het is verboden honden vast te leggen op het terrein.
  8. Loopse teven worden niet op het terrein toegelaten (minimum 3 weken)
  9. De toestellen op het terrein zijn bestemd voor gebruik door de honden onder toezicht van een instructeur. Ieder ander gebruik ervan is verboden.
  10. De hond moet minstens 3 maanden oud zijn en de begeleider minimum 12 jaar, het bestuur zal beslissen wanneer er twijfel bestaat over de verhouding hond – geleider.
  11. Zieke honden worden niet toegelaten.
  12. Personen die tekenen van dronkenschap vertonen worden niet op het terrein toegelaten.
  13. Onze instructeurs zijn allemaal ware hondenliefhebbers die verantwoordelijkheid hebben aanvaard om hun kennis en ervaring met betrekking tot honden en hun opvoeding aan U over te dragen. Zij doen dit vrijwillig en onbaatzuchtig

    zonder enige vorm van vergoeding. Tracht hun inzet te waarderen  

          Door hun aanwijzingen stipt op te volgen en hun raadgevingen ter   

          Harte te nemen.

  14.  Gelieve GSM’s uit te schakelen om de les zo min mogelijk te storen.

  15. 15. Ongepast gedrag, uitbarstingen het verlaten van het terrein zonder

          toestemming en het niet naleven van de regels kan uitsluiting van de

          hondenschool tot gevolg hebben.

    16. Op de terreinen van de hondenschool zullen de honden steeds 

          aangelijnd zijn


                                              INENTINGEN

 
 
Elke hond die op het terrein verschijnt dient ingeënt te zijn tegen de voornaamste ziektes die onze huisgenoot bedreigen!
Deze zijn:
Hondenziekte (Ziekte van Carré)
Kattenziekte (Parvovirus)
Rattenziekte (Leptospirose)
Elk lid mag pas beginnen te trainen indien zij in orde zijn met het binnen brengen van alle persoonlijke en gegevens van de hond (Tattoo-nummer, chipnummer, stamboeknummer….)
Houd er rekening mee dat het verwaarlozen van het inentingsschema alleen uw eigen hond kan schaden. Het tijdig hernieuwen van de vaccinaties beschermd niet alleen uw hond maar zal U op lange termijn heel wat dierenarts onkosten besparen.

 

 
                                   VERZEKERING 
Door de hondenschool werd een verzekering “burgerlijke aansprakelijkheid door derden” afgesloten ten voordele van haar leden. Deze verzekering dekt de aansprakelijkheid van de vereniging voor mogelijke schade die wordt veroorzaakt door feiten die rechtstreeks verband houden met de activiteiten van de hondenschool. De leden kunnen enkel van het voordeel van deze verzekering genieten wanneer er gewerkt wordt met de honden op het clubterrein tijdens de voorziene uren en onder begeleiding van een instructeur.
Vrijwel iedereen heeft een “familiale verzekering” deze dekt de aansprakelijkheid van de gezinsleden voor schade die wordt veroorzaakt door feiten uit het privé leven. Controleer of ook hier uw huisdier vermeld staat (dit is gratis). 
Deze verzekering is de eerste tussenkomst wanneer er schade berokkend wordt door uw hond aan een andere hond of persoon!!

 


                             INDELING DER GROEPEN

 
Wat betreft de indeling der klassen en de werking van de verschillende groepen hebben zowat alle hondenscholen een eigen systeem ontwikkeld.
Bij onze hondenschool vinden we negen klassen terug die hierna meer in detail besproken worden. De overgangen tussen de A-B en C groep gebeurt mits slagen in een test die afgenomen wordt door de hoofdinstructeur en een andere instructeur. De lesgever van de betrokken groep beslist wie klaar is om de test af te leggen.
 
Puppyklas:
Vanaf drie maand oud (plus de drie vereiste inentingen te hebben gekregen) mag de puppy deelnemen aan de lessen waar op spelenderwijs alle toekomstige bevelen worden aangeleerd en waardevolle theorie wordt doorgegeven. De puppy’s verblijven in deze groep van 3 tot 5 maand.
 
Gevorderde puppies:
In deze groep wordt je klaargestoomd om naar de A klas te gaan. Hier wordt iets intensiever getraind en beter op de afwerking gelet. De gevorderde puppies blijven van 5 maand tot 7 maand in deze groep.
 
A Klas:
Het doel van deze klas is het sociaal gedrag van de hond uit te bouwen door middel van een aantal eenvoudige oefeningen: voet – zit – liggen enz. Men moet minstens 1 maand in deze klas vertoeven om te mogen deelnemen aan de overgangstest.
 
B Klas:
In deze klas wordt de nadruk gelegd op het inoefenen van het aangelijnd volgen in de verschillende variaties, de houdingen, alsook het voorstellen van de hond, korte “blijf” oefeningen op riemlengte. Ook hier moet men minstens 1 maand les volgen. Overgang na afleggen test indien onderrichter vindt dat men klaar is.
 
C Klas:
Verder uitbouwen van de opgedane kennis. Oefeningen op grotere afstand en uitgebreider. Slalommen , “blijf” oefeningen tot 2 minuten 
op redelijke afstand, de oefening “plaats” en de socialisatietest. De hond moet minstens 12 maanden oud zijn om de “brevettest” mogen af te leggen. Deze wordt afgenomen op een andere hondenschool door een keurder van St Hubertus. De instructeur bepaald wie er klaar is voor de test. De begeleider mag NIET op eigen initiatief zich inschrijven voor een brevettest.
 
Debutanten
Deze klas is bedoeld om de gebrevetteerde honden zo efficiënt mogelijk te laten trainen om deel te kunnen nemen aan wedstrijden in het debutanten programma. De begeleiders wedstrijd ritme aanleren.
 
DI Klas:
Deze klas zijn de gevorderde debutanten die na het behalen van het minimum vereiste punten aantal over tien wedstrijden mogen overgaan naar deze hogere klasse. Hier worden ook meer gebruikt gemaakt van toestellen.
 
DII Klas:
Dit is het hoogste niveau in het programma gehoorzaamheid. Na het behalen van tien maal het minimum vereiste punten aantal mag men overgaan naar de DII. De oefeningen worden hier nog uitgebreid met zoeken van een voorwerp, terugsturen en uitgebreide wandeling met meerdere houdingen.
 
DIII Klas:
Wanneer een begeleider geen wedstrijden wenst te spelen of zelfs geen brevetproef wenst af te leggen kan men overgaan naar deze klas. Vereist wordt wel dat de klassen A-B en C zijn afgelegd en dat de hond sociaal is (los volgt zonder weg te lopen en niet agressief tegenover andere honden of personen). Tijdens deze lessen worden zowel hond als begeleider gedurende 1 uur in een ongedwongen sfeer bezig gehouden. Dit kan variëren van waterspelen tot toestellen, Agility, Flyball, gehoorzaamheidsoefeningen, wandelingen alles is mogelijk. Het belangrijkste is hier dat de begeleider in een ontspannen sfeer met zijn hond bezig is.

                       REGLEMENT VAN INNERLIJKE ORDE

                 
 
Art 1 Indeling van de leden:
 
a. De werkende leden zijn: de beheerraad  en de dagelijkse besturen van de VZW KV Genebos.
b. De ereleden zijn: de leden benoemd op de algemene ledenvergadering, zij zijn vrijgesteld van de jaarlijkse bijdrage en hebben geen stemrecht.
c. De steunende leden zijn: diegenen die de club met een jaarlijkse bijdrage, hoger dan het bedrag van het lidgeld steunen. Zij hebben geen stemrecht.
d. De leden zijn: zij die jaarlijks het vastgestelde lidgeld bijdragen, dit lidgeld wordt jaarlijks vastgesteld door de beheerraad van de VZW.
e. Alle leden die wensen wedstrijd te spelen zijn dit “verplicht” te doen onder de naam KV Genebos.
 
Art 2 De beheerraad:
 
a. De beheerraad van de VZW zal zich onderwerpen aan de statuten opgesteld op de stichtingsvergadering van 01 Oktober 1987.
b. De beheerraad heeft het recht het reglement van innerlijke orde te wijzigen of aan te vullen voor het goede verloop van de club.
c. De beheerraad kan steeds een beslissing genomen door het dagelijks bestuur vernietigen, als het zou blijken dat deze beslissing schade aan de goede werking van de club zou teweeg brengen.
d. De beheerraad kan sancties opleggen en zelfs tot uitsluiting overgaan, aan de leden die de club benadelen in woord en daad.
e. De beheerraad zal door vergadering beslissen, leden die om bepaalde reden uit de club zijn gesloten en na een bepaalde tijd terug willen aansluiten, te aanvaarden.
f. Onder de beheerraad staan twee dagelijkse besturen.
g. Bij voorstellen aan de beheerraad worden deze gedaan door hun respectievelijke verantwoordelijken in deze raad.
h. Onder de bevoegdheid van de beheerraad vallen de lidgelden en het tarief van de lidgelden, de inkomsten van de kantine tijdens de trainingen, de organisatie en de inkomsten van de eetdag, de organisatie en de uitgaven van het ledenfeest.
i. Door de beheerraad kan er eventueel een bedrag voorzien worden voor elk lid dat traint in de verschillende disciplines.
Art 3 Leden van het dagelijks bestuur:
 
a. Leden van het dagelijks bestuur worden verkozen door het huidige dagelijks bestuur.
b. Leden die zich kandidaat stellen voor het dagelijks bestuur moeten dit schriftelijk kenbaar maken aan het secretariaat van de club. Het secretariaat zal deze leden onmiddellijk kenbaar maken nadat ze zijn voorgelegd aan de beheerraad en het dagelijks bestuur.
c. De kandidaat bestuursleden moeten ¾ van de stemmen van de aanwezige stemgerechtigde leden behalen, om toe te treden tot het bestuur.
d. Het dagelijks bestuur bestaat uit maximum 10 leden.
e. Bij overschrijden van het aantal van tien verkozenen, zal het bestuur een beslissing treffen op de eerst volgende bestuursvergadering. Indien er geen beslissing wordt getroffen, zal de raad van beheer op de vergadering worden uitgenodigd en zal deze met overleg tot een beslissing overgaan.
f. Op de eerstvolgende bestuursvergadering (hoogstens 4 weken na de verkiezing), zal de taak van de nieuwe verkozene worden besproken en goedgekeurd worden door stemming.
g. Het mandaat van een bestuurslid wordt gesteld op tien jaar, of zal verlengd worden door de beheerraad. Een bestuurslid kan zijn ontslag slechts indienen per aangetekend schrijven aan het secretariaat.
h. Het bestuur kan beslissen over het ontslag van een bestuurslid door de meerderheid van stemmen te aanvaarden, dit gebeurt op een bestuursvergadering met ¾ aanwezigheid van de bestuursleden.
i. Een bestuurslid dat drie vergaderingen niet aanwezig is zonder geldige reden, wordt beschouwd als ontslag nemend.
j. Alle bestuursleden moeten aanwezig zijn op de vergaderingen van het bestuur. Bij afwezigheid verzetten zij zich niet tegen de genomen beslissingen.
k. Alle bestuursleden moeten de taak die hun werd toevertrouwd in het bestuur uitvoeren in dienst van de club. Ingeval van weigering dient men de reden daartoe aan de voorzitter over te maken. Het bestuur beslist hierover op de volgende vergadering.
l. Geen beslissing kan genomen worden zonder medeweten en goedkeuring van het bestuur.
m. Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling. Indien bij stemming geen meerderheid wordt bekomen, wordt een tweede stemronde gehouden, is daarbij nog geen meerderheid verkregen dan beslist de voorzitter.
n. Het dagelijks bestuur kan sancties opleggen en zelfs tot uitsluiting overgaan aan leden, die de club benadelen in woord en daad.
o. Leden die om bepaalde reden uit de club zijn gesloten en die na een bepaalde tijd terug lid wensen te worden, kunnen dit pas nadat het bestuur er heeft over beslist.
p. Leden die zich kandidaat stellen voor het dagelijks bestuur, moeten minstens zes maanden lid zijn.
q. Het dagelijks bestuur heeft het recht, een lid dat niet zetelt in het dagelijks bestuur, een functie toe te kennen in het bestuur. Dit wil zeggen: mocht er een functie vrijkomen, dan kan deze tijdelijk worden ingevuld. Deze persoon heeft wel geen stemrecht over beslissingen gedaan door het bestuur.
r. Het dagelijks bestuur heeft het recht het reglement van innerlijke orde te wijzigen of aan te vullen voor het goede verloop van de club, dit in overleg met de beheerraad.
s. De dagelijkse besturen houden zich eraan elk jaar een algemene vergadering te houden, voor het goedkeuren van de rekeningen en boekhoudingen van het afgelopen jaar, door de beheerraad. Deze vergadering moet plaatsvinden in de maand januari.
t. Onder de bevoegdheden van de twee dagelijkse besturen vallen al de activiteiten die ingericht worden door deze besturen en de opbrengst ervan (met uitzondering van de activiteiten van de beheerraad). Ook de inkomsten en uitgaven worden beheerd door de besturen zonder inmenging van de beheerraad.
u. De data van de activiteiten worden doorgegeven aan elkaar zodat iedereen, van elke discipline, kan deelnemen aan een activiteit ingericht door de andere tak van de club.
 
Art 4 Instructeurs:
 
a. De hoofdinstructeur of vervangend- hoofdinstructeur zorgt voor het goede verloop van de lessen op het terrein, verdeeld de taken van de instructeurs en staat deze bij indien er zich problemen voordoen.
b. De besturen vragen vergaderingen aan wanneer zij dit nodig vinden of op aanvraag van de instructeurs. Dag, datum en uur wordt door de besturen bepaald.
c. De instructeurs vergadering wordt voorgezeten door deze personen en bijgestaan door een secretaris van de club.
d. Bij afwezigheid van deze, worden zij vervangen door de voorzitter of een aangeduide instructeur.
e. De hoofdinstructeur of zijn vervanger hebben het recht tijdens de lesuren op te treden tegen geleiders of instructeurs, indien nodig.
f. De instructeur zorgt voor een goed verloop in de hem aangewezen groep, en zal de geleiders met raad en daad bijstaan ( met het oog op het gehoorzaamheidsprogramma).
g. De instructeurs geven les op het plein van KVG zonder enige vergoeding.
 

 


 

Puppy & Gevorderde Puppy’s ( 3 tot 7 maanden)

Achtergrondinformatie

Verschillende fases in het leven van je hond.

  • Neonatale fase (geboorte tot 12 dagen) 0-2wk

Belangrijkste voor de pup is voeding en warm blijven. De pup kan nog niet horen of zien maar ruikt wel. Hij herkent zijn moeder en nestgenoten. Hij voelt ook al aanrakingen, kou, warmte en pijn. Totaal afhankelijk.

  • Overgangsfase (13 tot 20 dagen) 2-3wk

De pup kan horen, lopen, zichzelf warm houden. Alles komt geleidelijk op gang. Oogjes gaan open maar het zicht is nog niet duidelijk.

  • Bewustwordingsfase (21 tot 28 dagen) 3-4wk

Hij kan zien, horen en begint stilaan de omgeving te verkennen.

  • Inprentingsfase - Soortgerichte socialisatie (21 tot 49 dagen) 3-7wk

Hij leert wat hondentaal is via zijn moeder en nestgenoten. Hij leert zich onderdanig opstellen, leert dat er grenzen zijn en dat er consequenties zijn. Hij leert dat hij rekening moet houden met zijn roedel.

De pup staat open voor allerlei indrukken. Hij kent nog geen angst maar is juist nieuwsgierig en leergierig.

Alles wat een pup in deze weken ontmoet wordt vertrouwd, dus het is belangrijk dat zijn fokker hem laat kennismaken met verschillende prikkels. (andere mensen, kinderen, andere huisdieren, vreemde geluiden,…)

  • Omgevingsgerichte socialisatie (7 tot 12 wk) => Nieuw baasje!!!!

Rond de 7de week haal je best je pup bij de fokker. Laat de pup kennis maken met de grote, wijde wereld. Ze zijn nu wat voorzichtiger omdat de moeder en nestgenoten weg zijn. Laat ze vertrouwd geraken door allerhande vreemde indrukken van de buitenwereld. (verkeer, vreemde mensen, andere honden, winkels, stille omgeving,…)

Tussen de 8ste en 11de week zijn ze extra gevoelig voor angstige ervaringen => positieve manier begeleiden.

  • Rangordefase (13 tot 16 wk) 3-4md => Hondenschool!!!

De pup zal zijn grenzen verleggen om te zien hoe ver hij kan gaan. Hij moet de leefregels leren kennen en leren wie de baas is. Wees duidelijk en consequent met je regels. Blijf de verschillende indrukken/prikkels van buitenaf ook herhalen.

  • Puberteit (6 tot 9 md)

Sterk afhankelijk van het karakter van je hond. Ze worden eigenwijzer, houden zich niet altijd aan de regels, zijn sneller geprikkeld, zijn emotioneler. Wees consequent en wees een leider. Dit staat niet gelijk met straffen of hard zijn voor je hond. Wees niet angstig, onzeker of boos want dat ziet je hond als zwakte en dan wil hij de taak van leider overnemen. Sta op je strepen, zonder je druk te maken. Deze periode gaat ook over.

  • Volwassenheid (vanaf 2jaar)

Afhankelijk van hond tot hond.

Neem een aantal minuten de tijd om dit te lezen zodat ook jouw hond je beste vriend wordt!

Ook jouw houding telt!

Wees een vriendelijke BAAS! Geef leiding. De hoogste in rang, jij dus, beslist alles. Straal leiderschap uit, loop rechtop, schouders naar achter en geloof ook wat je vraagt van je hond. Roepen, tieren, schoppen, de hond tegen de grond drukken is geen leiderschap maar agressie. Dit verslechtert alleen de situatie.

Blijf rustig, eerlijk en stabiel. Laat niet over je heen lopen maar doe dit op een fatsoenlijke manier. Jij bent de baas dus jij neemt de beslissingen en jij bepaalt alles. Honden hebben de intelligentie van een kind van 2 jaar dus ze kunnen geen beslissingen nemen. Laat je niet manipuleren door je hond. Je hond moet een afwachtende houding aannemen en je behandelen met respect. Bewegen, eten, kauwen, spelen zijn zeer belangrijk voor je hond. Zorg dat hij dit voldoende krijgt, maar geef het hem op de juiste momenten, dus niet wanneer de hond erachter vraagt! Wanneer een hond alleen alle leuke dingen in het leven kan bemachtigen wanneer hij onderdanig, rustig en kalm is, dan zal hij natuurlijke deze eigenschappen meer vertonen.

 

Praktische info:

  1. Benodigdheden tijdens de lessen:

-          Leiband met sliplijn/-ketting: De sliplijn schrikt veel mensen af maar als ze correct wordt gebruikt doet u je hond hier geen pijn mee. Doe de sliplijn altijd over de kop in de vorm van een P.

De leiband wordt met 2 handen vastgehouden.

-          Apportje: Dit is een speeltje waarmee het bevel “Apport” aangeleerd wordt. Thuis moet er met dit apportje maar kort geoefend worden, dit is om de interesse voor dit speeltje te behouden.

-          Snoepjes: Kleine koekjes/snoepjes om je hond te belonen. Natuurlijk moeten ze deze wel lekker vinden! Je kan ze best in een makkelijk heuptasje steken zodat je er ook makkelijk en snel aankan.

 

  1. Hoe geef je best een bevel:

Een bevel moet kort en duidelijk zijn. Je zegt eerst duidelijk de naam van de hond zodat hij naar u opkijkt en weet dat er van hem iets verwacht wordt, daarna zeg je duidelijk en kordaat het bevel. Het heeft geen zin om je hond een bevel te geven als hij geen aandacht voor u heeft.

  1. Hoe beloon je best:

-          Met je stem: De beloning mag zeer uitbundig zijn, zeker als het nog een puppy is! De hond moet duidelijk het verschil kunnen onderscheiden tussen een beloning en een bevel. Bij het geven van een beloning kan je best je stem wat verhogen en zeer enthousiast zijn.

-          Met een snoep: Wanneer je beloont met een snoepje moet je er goed op letten dat de snoep onmiddellijk volgt na het uitvoeren van het bevel!

Vb: Als je het bevel zit geeft en de hond voert het bevel juist uit, moet je de snoep geven als de hond nog zit. Als je de snoep geeft als hij terug recht staat dan ben je het ‘rechtstaan’ aan het belonen ipv het zitten. Je kan dus het beste de snoepjes al ter plekke in je hand houden zodat je onmiddellijk kan belonen.

 

Oefeningen die aangeleerd worden tijdens de puppy-lessen

 

  1. Aandachtsoefening:

De basis van een goed opgeleide hond is “aandacht” voor zijn baas. Voor dat je eender welk bevel geeft moet je zien dat je de aandacht van je hond hebt. Je begint dit aan te leren dmv snoepjes; je zegt de naam van je hond en laat hem het snoepje ruiken of zien. Je houd het snoepje dichter bij je gezicht, zodra je hond je in de ogen kijkt geef je hem onmiddellijk het snoepje als beloning, je kan  hem best ook met je stem belonen (“flink zo,…”). Als je ziet dat hij het doorheeft kan je het snoepje ook verder van je weg houden zodat hij niet steeds het snoepje gaat volgen maar direct in je ogen kijkt.

 

  1. Socialisatie met andere honden:

De socialisatie-oefening is een oefening die men zeker goed moet onderhouden.

Doel: Het is zeer belangrijk dat de pup goed/correct leert omgaan met andere honden/puppy’s.

Oefening: Tijdens de lessen is er altijd een instructeur aanwezig die toezicht houd op de juiste omgang tussen de puppy’s. Tijdens de socialisatie-oefening moet je er op letten dat de leiband altijd los hangt en niet gespannen staat. Tijdens deze les leren de puppy’s met elkaar omgaan. Tijdens de les worden er meerdere socialisatie-oefeningen gedaan zodat dit ook een ontspanningsmoment is voor de pup.

Als u thuis tijdens een wandeling je hond wilt laten kennis maken met andere vreemde honden kunt u best eerst toestemming vragen aan de persoon. Het kan zijn dat zijn hond niet sociaal reageert op andere honden en dat kan dan negatief uitdraaien voor je pup.

  1. Houding “Voet”:

Doel: De hond zit links naast de geleider met zijn rechterpoot ter hoogte van onze linkervoet. Zijn rug recht naar achter, snuit recht vooruit.

Oefening: Je zegt de naam van je hond zodat hij naar je kijkt en je aandacht geeft. Dan geef je duidelijk het bevel “Voet”. Met je linkerhand duw je op zijn achterwerk zodat hij gaat zitten langst je linkerbeen, je kan ook met je rechterhand de leiband wat omhoog houden. Dmv shaping (snoep laten volgen) kan je de hond deze oefening ook aanleren maar dit zal verder uitgelegd worden door de instructeurs. Als je hond de juist houding vertoont beloon je hem onmiddellijk met een snoep of je stem.

 

  1. Volg-oefening:

Doel: De hond volgt links naast de geleider, zijn borst gelijk met de benen van de baas.

Oefening: De geleider zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “volg”. De geleider vertrekt met zijn linkerbeen (= vertrek-been). Je moet zien dat de aandacht van je hond bij u blijft, dit doe je best door hem te lokken met een snoep of met je stem (wees zeer enthousiast), als hij mooi volgt en je aandacht geeft beloon je hem ook door te zeggen “flink zo, dat is volgen”. Door tijdens het volgen het bevel “volg” te herhalen zal je hond ook beter de link leggen. Na de volg-oefening beloon je de hond uitbundig met een snoep of met je stem. Aandacht is zeer belangrijk tijdens deze oefening!

 

  1. Houdingen “liggen” – “zit” – “staan”:

De houding “liggen” of “af”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “liggen” of “af”. Je neemt een snoep en laat deze ruiken aan zijn snuit en brengt de snoep recht naar beneden op de grond tussen zijn pootjes, daarna ga je langzaam met de snoep verder van de pup weg. De bedoeling is dat de pup de snoep langzaam volgt en op zijn buik gaat liggen. Zodra hij dit doet beloon je hem onmiddellijk met een snoep of je stem. Heb geduld en wees duidelijk.

De houding “zit”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “zit”. Je neemt de snoep en laat hem eraan ruiken dan breng je de snoep boven zijn kop naar achter zodat hij de snoep wilt volgen en zich op zijn poep zet. Zodra hij zit beloon je hem onmiddellijk met de snoep of met je stem.

De houding “staan” (vertrekkend van de houding “zit”): Je zegt de naam van je hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “staan”. Je neemt de snoep en laat hem eraan ruiken, je zet een stap vooruit met je linkerbeen en lokt je hond mee vooruit met de snoep. Zodra de hond zich recht zet en op zijn 4 poten blijft staan beloon je hem met de snoep of met je stem.

ð  Wees zelf rustig/langzaam met je handelingen zodat de hond ook de tijd heeft om deze te volgen. Zodra je hond de houding toont herhaal je best het bevel nog eens door te zeggen vb: “ dat is liggen”.  Je beloont hem ook onmiddellijk voor het gewenste gedrag.

ð  Als je na verloop van tijd merkt dat hij de bevelen door heeft kan je de bevelen afzonderlijk vragen en hem het bevel langer laten uitvoeren eer je hem beloont.

 

  1. Aanleren apport oefening:

Doel: De echte  apport-oefening gebeurt in de B-klas, bij de puppy-lessen gaan we in op het aanleren.

Oefening: Tijdens de oefening ga je zeer enthousiast met het apportje te werk. Je gaat ermee over het gras van de pup weg zodat de pup het begint te volgen en het wil pakken. Tijdens het “jagen” herhaal je het bevel “apport” een aantal keer en beloon je hem ook met je stem als hij achter het apportje aangaat. Zodra hij het apportje vast heeft zeg je het bevel “vast”, dit kan je best ook een aantal keren herhalen als hij het effectief vast heeft. Zelf ben je ook enthousiast en beloon je hem zoveel mogelijk met je stem als hij achter het apport aangaat of het vast heeft. Je laat het apportje NIET los, best kan je een stukje meelopen en hem goed belonen! Je begint er ook niet aan te trekken want dan begin je er een trek-spelletje van te maken en dat is niet te bedoeling.

De pup moet ook leren om het apportje op bevel los te laten. Als hij het vast heeft, geef je duidelijk het bevel “los”, als hij het snel los laat beloon je hem uitbundig met je stem of met een snoep. Als hij het niet graag los laat kan je hem ‘omkopen’ met een snoepje, zodra hij het los laat geef je de snoep en beloon je hem uitbundig met je stem.

Je kan de oefening best kort houden zodat zijn aandacht/enthousiasme blijft behouden!

 

  1. Toestellen:

Doel: Je pup moet ook leren dat hij geen schrik hoeft te hebben van bepaalde voorwerpen/objecten.

Oefening: We gaan de pup begeleiden over of door verschillende voorwerpen zoals autobanden, flessen-gordijn, buizen, houten planken, kegels, ….. Dwing je hond nooit! Wees zelf heel enthousiast en gebruik snoepjes om hem ergens door/over te lokken. Als je pup zijn ‘angst’ overwint wees dan ook heel enthousiast en beloon hem met je stem of speel wat met hem. Geef je pup ook de tijd, wees zelf geduldig! Niet elke pup is even onbevreesd.

 

  1. Blijf-oefening:

Doel: Wanneer je het bevel ‘blijf’ geeft, blijft de hond ter plaatse tot hij beloont wordt.

Oefening: Je zegt de naam van de pup (aandacht) en geeft het bevel ‘blijf’, je kan dit ook combineren met een vlakke hand voor je hond te houden. Je laat je linkerbeen staan en zet je rechterbeen een stap opzij naar rechts en komt na 1 seconde terug. Als je pup is blijven zitten, beloon je hem met een snoep of met je stem. Deze oefening kan je dan stapsgewijs moeilijker en moeilijker maken. Als je ziet dat je hond mooi blijft zitten, zet je een stap (beide benen) opzij, als dat goed lukt kan je wat langer blijven staan enz.. Doe deze oefening stapsgewijs, want als je te snel gaat en je hond blijft niet zitten moet je terug van nul beginnen. Later kan je het ‘hand-gebaar’ ook weglaten. Bij het bevel “blijf” vertrek je altijd met je rechterbeen, zodat je hond weet dat hij dan moet blijven.

Als je een stap opzij hebt gezet, zeg dan ook niets meer tegen je hond, je kijkt hem best ook niet aan anders denkt hij misschien dat hij moet komen.

 

  1. Oefening ‘tandjes tonen’:

Doel: Je hond laat het toe dat je in zijn mond zit en zijn lippen omhoog doet om zijn tanden na te kijken. Deze oefening is ook makkelijk voor als je naar de dierenarts gaat.

Oefening: Doe deze oefening als je hond kalm en rustig is. Leg je handen niet voor zijn ogen of op zijn neus! Je begint eerst best door met je handen over zijn snuit te strelen zodat hij deze aanrakingen gewoon wordt. Als hij dit laat doen beloon je hem best met je stem. Je maakt met je linkerhand een bruggetje over zijn snuit en met je rechterhand houd je de onderkant van zijn snuit vast. Met de vingers van je linkerhand kan je dan zijn lippen omhoog halen zodat zijn tanden zichtbaar zijn. Wees zelf ook geduldig en laat je hond terug kalm worden als hij zich begint op te jagen. Als je hond begint te bijten mag je dit niet tolereren en zeg je ‘foei’ of ‘nee’. Als hij terug kalm is begin je opnieuw maar ga je een stapje terug vb over zijn snuit strelen, als hij dit toelaat beloon je hem en stop je de oefening

Je eindigt elke oefening best positief, ook al moet je een stapje terug zetten.

 

 

  1. Oproepen:

Doel: Wanneer je de hond oproept komt hij enthousiast en zonder aarzeling direct naar je toe gelopen.

Oefening: Je zet je hond aan de voet. Je geeft het bevel ‘blijf’ en geeft de leiband aan de instructeur. Je vertrekt met je rechtervoet en zet een aantal stappen vooruit. Je draait je om en roept zeer enthousiast de naam van je hond. Als hij naar je toe komt gelopen beloon je hem uitbundig! Deze oefening kan je dan ook stapsgewijs verder opbouwen, door verder te gaan.

Je kan het best gewoon 1 maal het bevel ‘blijf’ geven en doorgaan, begin niet tegen je hond te babbelen en kijk hem niet meer aan totdat je je omdraait om hem op te roepen. Als hij van je weg loopt mag je hem nooit achternalopen, hij denkt dan dat dit een spel is! Probeer hem naar u toe te lokken met je stem of snoep.

 

Oefeningen die aangeleerd worden tijdens de Gevorderde puppy-lessen

 

De oefeningen uit de puppy-lessen worden herhaald, verder uitgebreid en afgewerkt.

 

De bijkomende oefeningen zijn:

  1. Links-Rechts:

Doel: De geleider maakt een kwartdraai in de aangeduide richting en geeft het aangepaste bevel door aan de hond. De hond mag de geleider niet hinderen tijdens de kwartdraai noch zich te ver verwijderen.

Oefening: Bevel “Links”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Links”, met je been of knie kan je de hond bijsturen.

                 Bevel “Rechts”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Rechts”, ofwel gebruik je het snoepje/je stem voor extra aandacht ofwel geef je een kort rukje als je hond van je weg gaat.

 

  1. Linksom-Rechtsom:

Doel: De geleider maakt een halve draai en wandelt nu in de tegenovergestelde richting.

Oefening: Bevel “Linksom”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Linksom”, met je been of knie kan je de hond bijsturen.

                Bevel “Rechtsom”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Rechtsom”, je haalt je leiband in en ofwel gebruik je het snoepje/je stem voor extra aandacht ofwel geef je een kort rukje als je hond van je weg gaat.

  1. Keer:

Doel: De geleider draait ter plaatse “links” rond zijn as, de hond loopt achter de geleider door. De geleider geeft achter zijn rug de leiband door van hand naar hand.

Oefening: Bevel “Keer”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Keer”. Je kan best je leiband wat inhalen om de hond minder ruimte te geven.

 

  1. Tempo-veranderingen:

Doel: De hond leert d.m.v. het bevel zich aan te passen aan het tempo van de geleider.

Oefening: Bevel “Vertraagde pas”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Vertraagde pas”, je mindert je stap en wandelt trager dan je normale pas. Stop niet plots na het bevel maar vertraag in een vloeiende beweging.

                 Bevel “Versnelde pas”: Je zegt de naam van de hond (aandacht) en geeft duidelijk het bevel “Versnelde pas”, je versnelt je pas en je gaat in lichte looppas.

 

  1. Slalom:

Doel: De hond volgt de geleider tussen de andere honden zonder zijn aandacht te verliezen.

Oefening: De geleiders en honden worden op een rij achter elkaar gezet. De geleider en hond die gaan slalommen zetten zich voor de rij zodat ze elkaar zien aankomen. De geleider die slalomt neemt best zijn bochten ruim en zorgt d.m.v. stem of snoep dat de aandacht bij hem blijft, lukt dit niet kan men een kort rukje geven en het bevel “dicht” geven. De geleiders die stilstaan moeten er ook op letten dat de aandacht van hun hond bij hen blijft en dat deze mooi aan de voet blijft zitten.

 

  • Al deze oefeningen zullen uitgebreid uitgelegd worden tijdens de lessen.
  • Je oefent ook best verschillende malen per dag een aantal minuten i.p.v. een uur aan een stuk.
  • Maak de dagelijkse wandeling van je pup ook niet te lang, je kan het best 5 minuten per maand (leeftijd pup) tellen, bijvoorbeeld: Als je hond 3 maanden oud  is, is een wandeling van 15 minuten voldoende, anders kan het zijn dat je zijn gewrichten gaat belasten.

 

 

 

 

Zaken die je kan aanleren

  • Zindelijkheid

Veel hangt van de omgeving af waar ze zijn opgegroeid. Normaal neemt de moeder de pup regelmatig uit hun slaaphol en stimuleert ze buiten tot ontlasting. Zo leren de pups hun eigen nest niet te bevuilen. Pups die uit een kleine, vieze omgeving komen hebben al heel jong geleerd dat het normaal is te plassen en poepen waar je leeft, eet en slaapt. Zij zijn moeilijker zindelijk te maken.

Een pup die dus een goede start heeft gehad, zal zijn eigen mand of bench niet bevuilen. Maar daarom weet hij nog niet dat hij nergens in huis mag plassen en poepen.

Waar mag je pup buiten plassen? Gebruik een klein stukje van je tuin waar hij zich kan ontlasten. Maak dit best duidelijk af zodat hij weet waar de grenzen zijn. Breng je pup bij het thuiskomen direct naar deze plaats. Houd hem daar tot hij iets gedaan heeft, je kan hem best aanlijnen. Als hij een plasje gedaan heeft, beloon hem dan uitbundig.

Breng je pup op regelmatige basis naar deze plaats, zeker tijdens deze momenten;

-          Bij het wakker worden

-          Na een hevig spelletje

-          Na het eten

-          Na iets heel emotioneel

-          Wanneer hij begint te snuffelen aan de grond en rondjes loopt

-          Wanneer het al meer dan 2uren geleden is

Breng je pup ook naar andere plaatsen waar hij mag plassen, zoals in de grasberm, op straat,…zodat hij weet dat dat daar ook mag. Vergeet zeker niet uitbundig te belonen!!

Wanneer er toch eens een ongelukje gebeurd, maak je dan zeker niet druk. Als je het ziet gebeuren neem je de pup op en breng je hem in alle rust naar de juiste plaats. Beloon hem daar ook.

 

  • Bench aanleren

De bench is een handig hulpmiddel om je hond bijvoorbeeld even veilig weg te zetten, het is hun slaapplaatsje, …. Honden beschouwen de bench meestal als een veilig plaatsje waar ze lekker met rust gelaten worden. Dit is hun plaatsje. Niemand neemt hun eten daar af, kinderen moeten leren dat ze de hond daar ook met rust laten.

Om de bench aan te leren moet je zeker je tijd nemen. Zet de bench op een plek in het huis waar de hond zich lekker kan voelen. Dus in de buurt van mensen maar niet in het midden van de kamer, eerder op een afgeschermd plaatsje. Het mag er niet druk, lawaaiig, tochtig of te warm zijn.

Stap 1: Leg er zijn dekentje in en leg er iets lekkers bij. Als hij erin gaat des te beter maar als hij het lekkers eruit haalt, is dit ook niet erg, hij is er tenminste al in geweest. Geef hem nu ook telkens eten in zijn bench. Als hij niet direct wil, lok hem dan telkens met een snoepje binnen. Dwing hem nooit! Laat hem het ervaren als een leuke ervaring. Doe dit meermaals per dag.

Stap 2: Wanneer je hond rustig de bench in kan lopen, doe je het deurtje even dicht achter hem. Enkele seconden is voldoende. Doe dit telkens weer en telkens wat langer, blijf wel telkens aanwezig.

Stap 3: Als hij er rustig in blijft zitten, kan je een klein stukje weglopen, teruggaan en het deurtje openen. Je kan hem ook iets geven om op te kauwen, zodat hij zich kan bezig houden. Open het deurtje niet als hij onrustig is geworden, doe het pas open als hij terug rustig is. Hoe meer je oefent, hoe sneller hij het leert.

Stap 4: Als hij kalm in de bench kan blijven, kan je heel even de kamer uitgaan. Doe dit telkens voor een langere periode.

ð  Doe dit stap voor stap en heb geduld. Hierdoor kan de hond alleen blijven en zal hij geen verlatingsangst ontwikkelen.

 

  • Alleen leren zijn

Een hond is een sociaal dier, dus alleen blijven kan je best aanleren.

Geef de hond gedurende de dag niet constant aandacht. Laat hem je niet constant volgen. Zet je hond misschien eens eventjes in de bench, zet hem in een andere kamer. Stilaan drijf je de tijd op. Geef hem ook geen aandacht wanneer je vertrekt of wanneer je aankomt. Hij moet leren dat alleen blijven niets voorstelt. Geef hem iets waar hij zich mee kan bezig houden, iets om te kauwen, spelen,… Maak er zelf ook geen gedoe van. Ook hier geldt: hoe jonger begonnen hoe gemakkelijker.

 

 

 

 

 

 

 

Enkele basistips:

 

*  Wees zelf kalm en geduldig.

*  Zie dat je altijd eerst de aandacht van je hond hebt voor je een bevel geeft.

*  Wees duidelijk en kordaat in het geven van je bevel.

*  Beloon op het juiste moment.

*  Wees enthousiast in je beloning.

*  Negeer ongewenst gedrag wanneer het bedoeld is om je aandacht te krijgen.

Vb: Tegen je arm duwen zodat je met hem gaat spelen of hem aandacht geeft. Geef hier niet aan toe en negeer hem. Jij bepaald wanneer je hond aandacht krijgt en niet andersom. Negeer hem en wacht tot hij ophoud met duwen en aandacht vragen. Als hij kalm is roep jij hem en ga je spelen of geef je hem aandacht.

*  Doorbreek ongewenst gedrag wanneer het zelf belonend is voor de hond.

Vb: Aan een tafelpoot bijten. Dit gedrag kan je niet negeren. Het best kan je je hond verwijderen van het object, hier dus de tafel. Begin er ook niet tegen te roepen of tieren want dan geef je hem weer aandacht, ook al is dit negatief. Een kordate “foei” of “nee” volstaat en zet hem even apart.

10 Soorten voedsel die giftig zijn voor de hond


De meeste mensen schuiven hun hond graag wat lekkers toe, maar let goed op, niet alle soorten voedsel die voor de mens geschikt is voor consumptie is dat ook voor honden! De volgende soorten voedsel moet je absoluut niet geven aan je hond, deze kan er ziek van worden of in het ergste geval zelfs aan dood gaan.

Chocolade

Chocolade is een van de gevaarlijkste dingen voor honden, en het grootste probleem is dat de meeste honden wel helemaal weg zijn van chocolade. De giftige stof is theobromine, de hoeveelheid is verschillend per soort (bakkerschocolade en puur het hoogste aantal, wit het laagste). Het heeft een effect op de hartspieren van de hond, deze kan sneller en onregelmatig worden (en in het ergste geval zelf leiden tot een hartstilstand). Als je merkt dat je hond chocolade heeft gegeten probeer hem gelijk te laten braken, en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts.

Uien

Ui, Knoflook en alle groenten uit de `Ui familie´ zijn niet goed voor honden. De ui is slecht voor de rode bloedlichaampjes en kan leiden tot bloedarmoede.

Druiven & Rozijnen

Druiven en in de gedroogde vorm rozijnen zijn erg gevaarlijk voor honden. Ze kunnen leiden tot nier falen. Een paar rozijnen zijn genoeg voor een hond aan dood te gaan.

Mosterd

Vooral de zaden zijn erg slecht voor honden, kan leiden tot een ontsteking van het maag darmkanaal, lever, nieren en huid.

Alcohol

Alcohol is vergif, en de lever van de hond kan hier nog slechter tegen dan de mens. Tevens is de hop die in bier zit slecht voor honden, deze kan zorgen voor een steeds hogere lichaamstemperatuur.

Tomaten bladeren en stammen

De groene delen van de tomatenplant bevatten solanine. Zowel voor de mens als voor honden zijn deze giftig. De rode vrucht zelf is niet giftig.

Noten

Veel noten zijn giftig voor honden, vooral de Macadamia en de Pinda zijn gevaarlijk.

Avocado

De pit, de schil en het fruit zijn niet goed voor je hond. De hond kan ademhalings problemen krijgen, vochtophopingen in de longen/buikholte/hart en een ontsteking aan de alvleesklier.

Fruit Pitten

Het eten van het klokhuis van een appel of andere pitten van fruit kan giftig zijn wanneer er blauwzuurgas vrijkomt.

Rauw Varkensvlees

Kan leiden tot de ziekte van Aujeszky (dodelijk).

Deze lijst is natuurlijk niet volledig, check altijd eerst goed bij de dierenarts, fokker of op het internet of iets nieuws dat je aan je hond wilt geven niet giftig is!